Interview Wouter en Imke Schellekens-Bartels.
(2005)
Wouter: Op welke leeftijd bent u begonnen met paardrijden?
Imke: 4 jaar – 11 jaar op een shetlander, 11 jaar – 15 jaar op D-pony, Vanaf 15 jaar serieus met paarden op wedstrijd.
Wouter: Aan welke eigenschappen moet een jeugdig ruiter voldoen om een goede ruiter te worden?
Imke: Veel van paarden houden en alles ervan willen weten. En heel veel inzet en doorzettingsvermogen.
Wouter: U hebt een gouden zit; wat is volgens u het geheim van een goede zit?
Imke: Veel naar andere ruiters kijken, die jij mooi vindt zitten en heel kritisch zijn op jezelf.
Wouter: Welke eigenschappen heeft volgens u een goed dressuurpaard nodig?
Imke: 200% inzet. Talent is prettig, maar karakter (dat ze ’t willen doen) is het belangrijkst.
Wouter: Kunt u enkele tips geven voor het verbeteren van de band tussen paard en ruiter?
Imke: Op verschillende manieren omgaan met je paard. Bijvoorbeeld springen, dressuur, bosritjes maken, op wedstrijd gaan. Ook veel leuke dingen tussendoor doen.
Wouter: Legt u verschil tussen het trainen van jonge paarden en goed geschoolde paarden. Zo ja, waar?
Imke: Intensiteit van trainen bij jonge paarden is veel lager. Spieren en banden moeten nog sterk worden.
Wouter: Wat vindt u van het rond en diep rijden van paarden?
Imke: Wij maken gebruik van deze manier van trainen en als je goed weet waarom en hoe je je paard zo traint is het heel prettig. Bij alle trainingsmanieren is kennis het belangrijkst. Ik heb een artikel bijgevoegd waarin je meer informatie kunt vinden over het rond en diep rijden. Het is een interview van Hoefslag met Tineke Bartels.
Wouter: In welke mate vindt u het belangrijk om afwisseling te steken in het rijden, doet u aan galoptraining?
Imke: Veel afwisseling is belangrijk voor ’t lichaam en de geest van het paard. Wij hebben een renbaan waar we minimaal 1 keer in de week galoptraining doen. Ook bosritten vinden ze erg leuk.
Wouter: Wat vindt u van het gebruik van een slofteugel?
Imke: Alleen mensen die goed kunnen paardrijden kunnen in mijn ogen goed gebruik maken van een slofteugel. In veel gevallen is het gevaarlijk en slecht voor het paard.
Wouter: Hoe krijgt men een goede aanleuning bij een paard?
Imke: Door een goede controle over je eigen lichaam en over het paard.
Wouter: Aan wat geeft u de voorkeur voor een beginnend ruiter: een goed geschoold paard of eentalentvol jong paard?
Imke: Een goed geschoold paard.
Wouter: Is het mogelijk een topruiter te worden als je slechts beschikt over een beperkt budget en je al je paarden zelf moet kopen?
Imke: Dit is zeker mogelijk, het kan echter wel een moeilijkere weg zijn. Talent is van belang en natuurlijk een beetje geluk. Als je een normaal getalenteerd paard goed kunt opleiden en uitbrengt, val je meestal wel op bij de professionals en krijg je misschien via die weg de kans om meer getalenteerde paarden te rijden.
Wij danken Imke Schellekens-Bartels voor haar medewerking aan dit interview.
Voor meer informatie over Imke: www.academybartels.com (tevens bron foto)
Overname van dit interview (zonder bronvermelding) is niet toegestaan.
|